Appearance

Appearance wordt volgens het Van Dale woordenboek vrij vertaald als het uitzicht of het voorkomen van iets of iemand. Binnen het wetenschappelijk domein van verlichting en optica is het begrip “Appearance” een verzamelnaam voor alle eigenschappen die  gerelateerd zijn aan de perceptie van lichtbronnen (self-luminous colours) en materialen (related colours). De finale doelstelling van  appearance gerelateerd onderzoek is een correlatie te vinden tussen de visuele perceptie van essentiële kenmerken van appearance enerzijds (kleurtint, saturatie, verblinding, glans, enz.), en meetbare fysische grootheden zoals de luminantie en het spectrum anderzijds. De internationale commissie inzake verlichting CIE (Commission Internationale de l’Eclairage) heeft dit onderzoek naar de overeenkomst tussen psychologische (in dit geval visuele) subjectieve indrukken en meetbare, objectieve fysische parameters formeel gedefinieerd als ‘soft metrology’. Deze tak van metrologisch onderzoek probeert met andere woorden een antwoord te formuleren op de vraag: Kunnen we wat we waarnemen ook objectief meten?

In dit brede onderzoeksgebied van “Appearance” spitst het Laboratorium voor Lichttechnologie zich momenteel toe op drie onderwerpen; kleur, glans, en verblinding.

Inzake kleur wordt er onderzoek verricht naar kleurperceptie, kleuruitzicht, subjectieve kleur-beoordeling en de invloed van diverse (omgevings)factoren (spectrum, kleur en lichtsterkte van de verlichting en achtergrond, aard van de stimulus,…) op de perceptie en evaluatie van kleur. Concreet werd en wordt het kleuronderzoek toegespitst op het bestuderen van vraagstukken inzake de kleurweergave van lichtbronnen, chromatische adaptatie, het kleuruitzicht en de helderheid van lichtgevende stimuli, het verschil tussen 2° en 10° stimuli, het onderscheid tussen reflecterende en lichtgevende kleurstimuli, de opsplitsing tussen kleurovereenkomst (‘colour matching’) met breedbandige en smalbandige lichtbronnen, en kleurharmonie.

Glans wordt sinds jaar en dag gemeten met behulp van een glansmeter. Dit toestel bepaalt de graad van speculaire (lees spiegel) reflectie in vergelijking met de speculaire reflectie van een referentiestandaard, in een vooropgestelde meetgeometrie (20°, 60°, of 85° geometrie). Naast de mate van spiegelreflectie wordt de glansgraad visueel echter ook bepaald door allerlei andere factoren; de beeldscherpte van het gereflecteerde beeld, het contrast tussen de lichtreflectie en de objectachtergrond, enz. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de correlatie tussen de optische karakterisering van glans d.m.v. een glansmeter en de visuele perceptie van glans bedroevend laag ligt. Binnen het Laboratorium voor Lichttechnologie concentreert het onderzoek naar glans zich in de eerste plaats dan ook op de ontwikkeling van alternatieve meetmethodes, waarvan de opgeleverde resultaten beter overeenstemmen met de visuele gewaarwording.

De verblindingsaspecten van armaturen wordt in Europa meestal uitgedrukt door middel van de Unified Glare Rating (UGR). De UGR is ontwikkeld op basis van uniforme lichtbronnen met als gevolg dat verblinding van niet uniforme (led) verlichting niet goed beschreven wordt. De belangrijkste factoren die aan de basis van verblinding liggen zijn de luminantie (maat voor helderheid) en positie van de lichtbron, samen met de luminantie van de achtergrond. In een test- en demoruimte worden deze factoren afzonderlijk onderzocht om een nieuwe, geldige verblindingsindex te ontwerpen voor zowel uniforme als niet-uniforme lichtbronnen.